Vogel in het nieuws

De huismus nummer één bij de jaarlijkse vogeltelling.

Dit is de meest voorkomende broed- en standvogel in steden en dorpen. Hun aantal is in de jaren tachtig erg afgenomen. Meer dan 50% van de broedparen zijn verdwenen. In stedelijk gebied zijn zowel nestgelegenheid als voedselbeschikbaarheid afgenomen. Op het platteland is vooral het voedselaanbod van de graanteelt sterk verminderd. Ze zijn dan ook op de rode lijst terechtgekomen.

Stevig gebouwd met een grote snavel en verhoudingsgewijs grote kop. Mannetje en vrouwtje verschillen sterk. Het mannetje is grijs bovenop de kop, met rond het oog roodbruine vlek. Hij heeft een grijs onderlichaam en brede witte, afwisselend met bruine, vleugelstrepen. Opvallend is dat dominante mannetjes meer zwart op de borst hebben dan mussen lager in de rangorde.


Het vrouwtje kenmerkt zich door tamelijk eenvormig lichtbruin van kleur en heeft een opvallende wenkbrauwstreep achter het oog. Ook de snavel is lichter en geliger, evenals de poten.


Bekend is het tsjilpende geluid van de mus in vele variaties. Ze zijn vaak te vinden in een omgeving die erg rommelig is met struikgewas, schuren, weilanden met vee, gemorst graan en zo verder. Ze zijn het talrijkst in dorpen en oudere buitenwijken met rommelige tuinen. Het menu van de huismus bestaat dan ook uit zaden, broodresten, granen, insecten, bloemknoppen enz.
Ze broeden het liefst onder dakpannen. Het slordige nest bestaat uit takjes, stro, veertjes en hondenharen. Per seizoen hebben ze 2 tot 3 legsels met 4tot 6 eitjes. Na 12 dagen komen de jongen uit. De jongen blijven zo’n 17 dagen in het nest en worden daarna nog een tweetal weken gevoerd.

De visarend

 

visarend-10

Maart 2016
De visarend is vaker in Twente te zien, dan menigeen denkt. De vogel met een opvallend zwart-witte kop duikt soms letterlijk in de regio op tijdens de trek in het voorjaar en herfst. Verder is zijn gehele onderkant wit en de bovenkant chocolade bruin. Door het oog loopt een donkere streep. Het mannetje en het vrouwtje hebben eenzelfde verenkleed. Laatstgenoemde is iets groter en zwaarder. De lichaamslengte is zo’55 cm. En de spanwijdte ligt tussen de 1.50 m. en 1.75 m.
Het is niet zo’n hele grote arend. Zeker op grotere afstand worden ze vaak aangezien voor een buizerd. Visarenden hebben echter lange, wat slungelachtige vleugels en kunnen net als een torenvalk “biddend” jagen boven het wateroppervlak.

visarend mrt.2016

Tellingen van Twentse telposten geven weliswaar aan dat het niet gaat om duizenden, maar toch zeker om tientallen vogels. Ook waarnemingen buiten de telposten om, geven aan dat deze arend is toegenomen in aantal.
Even onderweg een visje pikken met zijn vlijmscherpe klauwen in een van de vele Twentse waterplassen om dan zijn reis weer voort te zetten. Met een ferme duik het water in, om er dan weer zeer moeizaam uit te komen met een lekker visje in zijn bek.

visarend met vis mrt.2016

De lange, geknikte vleugels doen dan dienst als roeispanen.
Ook in grote delen van Europa is de visarend in opmars. Door de jacht waren ze in Duitsland en Polen begin vorige eeuw vrijwel uitgeroeid. Ze werden gezien als concurrentie voor de zoetwatervisserij. Door de Europese wetgeving zijn ze nu beschermd. Tevens zijn de milieuomstandigheden de laatste jaren sterk verbeterd en is het oppervlaktewater in Europa aanzienlijk schoner geworden. Inmiddels broeden weer honderden paren in Duitsland en breidt het broedgebied zich uit richting Nederland. Ook in de Biesbosch zijn de eerste broedpogingen gedaan en het is zeer denkbaar dat in Nederland meerdere broedparen zich zullen vestigen.
Het is dan ook niet vreemd, dat tijdens de trek hier meerdere visarenden worden waargenomen. In het voorjaar zoeken ze hun broedgebied op en in het najaar vertrekken ze daar weer, omdat daar dan de vijvers en plassen dichtvriezen.
Bekende gebieden waar we de visarend kunnen tegenkomen zijn: Oelemars in Losser, de Engbertsdijksvenen bij Vriezenveen, het Haaksbergerveen en het Aamsveen bij Enschede.

De kraanvogel is weer terug.

Sept. 2015

Voor het eerst sinds 100 jaar is er weer een kraanvogelkuiken gesignaleerd in Twente. Het jong in de Engbertsdijkvenen bij Vriezenveen is nu 5 weken oud en ziet er gezond uit.

De ouders zijn druk in de weer om het te voeden met insecten, larven en andere diertjes uit deze vegetatie.

Europese kraanvogel

Al meerdere jaren broeden hier kraanvogels, maar zonder succes. Dit voorjaar verschenen er twee broedparen. Dat leidde tot flinke onderlinge bonje, waarna één stel snel verdween. Ook in de omgeving van Winterswijk, in het Korenburgerveen, heeft een koppel genesteld. Met als resultaat één kuiken. Helaas werd deze door een vos gegrepen. Ook in Drente zijn meerdere kraanvogelparen tot broeden overgegaan. Met wisselend succes! Een teken dat de kraanvogelpopulatie zich steeds meer in westelijke richting verplaatst.

In de afgelopen jaren zijn er steeds meer paartjes in Twente en in de Achterhoek gesignaleerd. In het Korenburger, Vragenderveen (Winterswijk/Lichtenvoorde), in het Haaksbergerveen, het Witteveen, het Aamsveen (Haaksbergen/Enschede) en in het aangrenzende Duitse Amtsvenn zijn serieuze broedpogingen geweest. Wel staat vast dat vorig jaar een broedpaar jongen heeft grootgebracht in het Gildehauser Venn, vlak over de grens bij De Lutte.

De Europese kraanvogel is groter dan de ooievaar. Zijn spanwijdte is 2 tot 2,3 meter, waardoor zijn vlucht majestueus van aan blik is. Het verenkleed is overwegend licht blauwgrijs met op de rug roestkleurige vlekken. De achterkant van de kop is wit, terwijl de keel zwart is. Ook boven op zijn kop bevindt zich een zwart gedeelte met een donkerrode kruin.

kop van europese kraanvogel

Voedsel.

Kraanvogels zijn alleseters. In broed- en wintertijd eten ze grote insecten, wormen en amfibieën. Op hun trektocht naar warmer gebieden genieten ze van maiskorrels, granen en aardappels die op de landbouwgronden zijn achtergebleven.

Leefgebied en trekvogel.

De kraanvogel leeft in een groot gebied dat reikt van West-Europa tot diep in Midden- en Oost Azië. In maart/ april en in oktober/november trekken ze van en naar hun zomergebied. Daarbij doen ze vaak de Benelux aan als rustplaats. Op sommige plaatsen worden ze bijgevoerd of laten de boeren bewust oogstresten op hun land liggen. Zoals gezegd gebruiken ze Oost-Nederland sinds 2001 ook als broedplaats.

Nabij de Oostvaardersplassen is een groep gekortwiekte kraanvogels geplaatst, die wilde kraanvogels moeten gaan aantrekken. Wereldwijd zijn er nog zo’n 360 tot 370.000 exemplaren; hij is dus niet bedreigd en staat niet op de rode lijst.Spanwijdte europese kraanvogel

Gedrag en voortplanting.

Ze vallen op door hun prachtige balts en dans. In het voorjaar springen beide vogels met uitgestrekte vleugels meters hoog om elkaar heen. Een kraanvogelpaar maakt een nest in een graspol te midden van een moeilijk bereikbaar moeras. Meestal is er slechts één jong. Deze verlaat al snel het nest en kan nog niet vliegen. Zo probeert het de roofdieren weinig kans te geven. In de nabijheid van de ouders zoeken ze beschutting in het bos en deze voederen bij tot het in staat is te vliegen en zelf eten te vinden. De kraanvogel is een nestvlieder.

De grote zilverreiger.

April 2015

Naast de veelvoorkomende blauwe reiger, komen in onze regio ook steeds meer grote zilverreigers voor. Rond de eeuwwisseling was deze prachtige witte vogel nog opzienbarend. Nu zijn ze vrijwel overal aanwezig in graslanden, langs slootkanten en bij grotere waterplassen in Twente en de Achterhoek. Ook zoeken ze steeds meer de menselijke omgeving op in stedelijke gebieden. De vijverliefhebbers zijn daar niet altijd even blij mee. In ons gebied zijn het echte wintergasten. Vanaf augustus, september komen ze hier. Waar ze vandaan komen is niet met zekerheid te zeggen. Waarschijnlijk uit Oost-Europese broedgebieden en mogelijk ook uit zuidelijke gebieden zoals Frankrijk.

grote zilverreiger (3)

Met zijn lengte van 85 – 100 cm is de zilverreiger nog iets groter dan de blauwe reiger. De spanwijdte is 1,45 tot 1,70 m. grote zilverreiger (2)en zijn gewicht ligt tussen de 1 en 1,5 kg. Hun voedsel bestaat uit vis, amfibieën, kleine zoogdieren en soms ook reptielen en vogels. Zijn jachttechniek is eenvoudig: langdurig stilstaan tot een prooidier in de buurt komt. Eenmaal dichtbij spiest hij zijn prooi aan de dolkvormige snavel.

grote zilverreiger

 

Inmiddels broeden grote kolonies zilverreigers bij de Oostvaardersplassen bij Lelystad en in de kop van Overijssel. Dit aantal is echter beduidend kleiner dan de aanwezige wintergasten. In 2005 werden er 14.035 vogels gemeld en in 2014 waren dit er al 200.094. In de loop van maart zijn de meeste grote zilverreigers vertrokken en na april, buiten de broedgebieden om, komen we ze niet meer zoveel tegen.

De zilverreiger is een koloniebroeder. In de wintermaanden is dat soms ook in de regio te zien, als er flinke groepen gezamenlijk rondtrekken. Van oorsprong komt de vogel uit mediterrane gebieden. Momenteel is hij ook in grote getale te vinden rond de Zwarte zee. Om te nestelen heeft deze reiger grote hoeveelheden overjarig riet nodig. Ook knotwilgen worden gebruikt om hun nest in te bouwen. Ze verzorgen één legsel met 3- 4 eieren in de maanden april t/m juni.kolonie groet zilverreiger